De Beroepsklasse bij een AOV

Het zal U niet verassen dat elk beroep zijn eigen risico’s op arbeidsongeschiktheid heeft. Sommige beroepen zijn relatief "veilig", andere "onveilig" en mensen die in dergelijke beroepen werkzaam zijn hebben een grotere kans op arbeidsongeschiktheid. Voor "onveilige" beroepen is het risico voor de verzekeringsmaatschappij groter en dus is de premie hoger. Tot zover logisch.

Om de risico’s van de verschillende beroepen in te delen hebben de maatschappijen die een arbeidsongeschiktheidsverzekering aanbieden het begrip beroepsklasse bedacht. In beroepsklasse 1 vallen de veilige beroepen, zoals bijvoorbeeld administrateur of webdesigner. In klasse 4 (bij sommige maatschappijen klasse 5) vallen de "onveilige" beroepen zoals kapper, schoonheidsspecialiste stratenmaker en dergelijke. In de tussenliggende klassen 2 en 3 (en eventueel 4) vallen de beroepen met gematigd risico. Ook logisch.

Minder logisch is dat bij verzekeringsmaatschappij A het zelfde beroep in een andere beroepsklasse kan vallen dan bij maatschappij B. In de onderstaande ziet u voor willekeurige twee maatschappijen uitgewerkt in welke klasse een aantal beroepen valt en welke premie er bij hoort.

Beroep Maatschappij A Maatschappij B
  Beroeps-klasse Maand-premie Beroeps-klasse Maand-premie
Administrateur 1 195 1 253
Verkoper 1 195 1 328
Huisarts 2 259 1 253
Garagehouder 2 259 3 410
Ergotherapeut 3 319 3 410
Rijschoolhouder 4 387 3 410
Kapper 5 484 4 483

U ziet dat de premieverschillen tussen de broepsklassen enorm is. In beroepsklasse 5 betaalt u bij maatschappij A 2,5 keer zoveel als in beroepsklasse 1.

Verder kunt u in de tabel zien dat de garagehouder bij maatschappij A in beroepsklasse 2 (van in totaal 5 klassen) valt, en bij maatschappij B in beroepsklasse 3 (van totaal 4 klassen). Het premieverschil is aanzienlijk, deels ook omdat maatschappij B een betere dekking geeft. De huisarts valt juist weer bij maatschappij B in een lagere beroepsklasse.

De conclusie die we tabel kunnen trekken is tweeledig.

In de eerste plaats maakt de tabel helder dat als u een vast omschreven beroep uitoefent, het de moeite loont om met bij diverse maatschappijen een offerte aan te vragen. Het premie verschil kan groot zijn. U kunt het premieverschil in uw zak steken of voor een ruimere dekking kiezen. Ook kunt u het premieverschil aanwenden om voor jaarlijkse indexatie te kiezen, voor een kortere eigen risico termijn , of om de verzekerde som te verhogen.

De tweede conclusie ligt minder voor de hand en is van toepassing wanneer u een minder duidelijk omschreven beroep uitoefent of een combinatie van beroepen uitoefent. Als u duidelijk maakt hoe de werkelijke verhouding van de diverse werkzaamheden (bureauwerk, handarbeid, reizen, toezicht houden etc.) is en de maatschappij daar ook echt wat mee wil doen, kunt u wellicht een klasse lager uitkomen en aanzienlijk op de premie besparen.

Stel U bent bijvoorbeeld van beroep fotograaf. U verzorgd incidenteel reportage's, maar u zit vooral heel veel achter u computer foto’s te bewerken en ontwerpt en daarnaaast onderhoud u ook websites. U kunt dan wellicht in de beroepsklasse 1 vallen.

Of u heeft een bedrijf waarbij u trainingen verzorgd, maar u besteed de meeste tijd aan het schrijven van documentatie voor de trainingen. Daarnaast doet u de marketing en verkoop. Slechts incidenteel voert u zelf trainingen uit. Ook in dit geval komt u wellicht voor een gunstige beroepsklasse in aanmerking.

Het loont dus de moeite om daarover met uw tussenpersoon goed van gedachte te wisselen. Doe echter - net als bij het invullen van de medische verklaring - de realiteit geen geweld aan, want dat gaat u enorm gedoe opleveren op het moment dat u arbeidsongeschikt raakt en de maatschappij tot uitkering over moet gaan. In het slechste geval kan het tot verval van recht op uitkering leiden. Dan heeft u uiteindelijke helemaal niets, en wel jaren betaald.

Voordat u denkt dat hiermee de kous af is op het gebied van de beroepsklasse, dan heeft u het mis. We hebben de situatie meegemaakt waar in de aspirant verzekerde met de reëele werkzaamheden via tussenpersoon A in beroepsklasse 2 werd ingedeeld bij maatschappij X. Via tussenpersoon B, met exact dezelfde opgaaf van werkzaamheden en bij exact dezelfde maatschappij X, werd de aspirant verzekerde ingedeeld in beroepsklasse 1. Wonderlijk maar waar.

Kortom, het loont niet alleen om maatschappijen te vergelijken, maar zeker ook om via verschillende tussenpersonen dezelfde maatschappij en dekkingsvariant te vergelijken.