De Eindleeftijd bij een AOV

Met de eindleeftijd wordt die leeftijd bedoeld tot welke de arbeidsongeschiktheidsverzekering dekking biedt.

Kiest u voor een eindleeftijd van 63 jaar, dan keert de AOV in geval van arbeidsongeschiktheid uit tot 63 jarige leeftijd. Bent u niet arbeidsongeschikt op de eindleeftijd, want hopelijk (en meestal) het geval zal zijn, dan wordt de verzekering beŽindigd en bent u geen premie meer verschuldigd. Maar nogmaals, bent u wel arbeidsongeschikt, dan stopt de uitkering die u van de verzekeraar ontvangt, en moet u dus zelf de jaren tot uw pensioen zien te overbruggen!

De maximale eindleeftijd is bij de meeste maatschappijen 67 jaar. Voor zwaardere beroepen stellen de meeste verzekeraars aangepaste regels op met een eindleeftijd die (beduidend) lager kan liggen, bijvoorbeeld 55 jaar. Na die leeftijd kunt u zich simpelweg niet meer verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.

Overigens is bij veel arbeidsongeschiktheidsverzekeringen het laatste jaar (soms gedeeltelijk) premievrij, wat betekent dat u in het laatste jaar voor de eindleeftijd niets meer betaald.

Dat lijkt een ruimhartige geste van de verzekeringsmaatschappijen. Realiseert u zich echter dat zij in het laatste jaar een beperkt risico te verzekeren hebben: raakt u in het laatste jaar arbeidsongeschikt, dan krijgt u slechts een uitkering voor de periode tot einddatum, maximaal een jaar (Rubriek A). Met andere woorden, het risico van Rubriek B (uitkering na het eerste jaar) is voor de verzekeringsmaatschappij nihil en voor de dekking daarvan hoeft u dan ook niets te betalen.

U kunt aardig op de premie van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering besparen indien u een lagere eindleeftijd kiest. In het item "Welke eindleeftijd zal ik kiezen" leest u er meer over.